Accountant vrijuit in geschil Curiel met ENNIA

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – De Accountantskamer heeft een klacht van voormalig ENNIA-topman Reinald ‘Reintje’ Curiel en zijn vennootschap Reynhoff B.V. tegen een registeraccountant ongegrond verklaard. De accountant maakte op verzoek van ENNIA/CBCS een financieel rapport over de eindafrekening na het vertrek van Curiel bij de verzekeringsgroep.


De tuchtuitspraak noemt de namen van Curiel, Reynhoff en ENNIA niet, maar uit berichtgeving van AccountantWeek en eerdere publicaties van het Antilliaans Dagblad blijkt dat het om Curiel en zijn vennootschap Reynhoff gaat. AccountantWeek schrijft dat de klacht was gericht tegen een registeraccountant van Deloitte.

Curiel was jarenlang bestuurder binnen de ENNIA-groep. Na de noodregeling van 4 juli 2018 bleef hij aanvankelijk aan met instemming van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, die het bestuur van ENNIA had overgenomen. In juni 2020 werd zijn werkrelatie als topman van de ENNIA-werkmaatschappijen beëindigd.

Daarna ontstond een geschil tussen Curiel en Reynhoff aan de ene kant en ENNIA, bestuurd door de CBCS, aan de andere kant. Curiel stelde dat ENNIA hem nog geld verschuldigd was na het beëindigen van de contractuele relatie. ENNIA stelde juist dat Curiel en Reynhoff per saldo moesten terugbetalen. De discussie ging onder meer over managementvergoedingen, loon, huisvesting, vliegtickets en openstaande leningen.

In de Curaçaose procedure liet ENNIA een financiële opstelling maken over bedragen die tussen 1 januari 2017 en 4 augustus 2020 aan Curiel en Reynhoff waren betaald. Daarbij moest ook worden gekeken naar wat ENNIA zou hebben betaald als de arbeidsrelatie was voortgezet, en naar verrekening van eventuele openstaande leningen.

Geen hoor en wederhoor

Curiel en Reynhoff stapten vervolgens naar de Accountantskamer. Zij vonden dat het rapport geen deugdelijke grondslag had, dat geen hoor en wederhoor was toegepast en dat de accountant had moeten voorkomen dat het rapport in de Curaçaose rechtszaak werd gebruikt alsof het een accountantsrapport met goedkeurend oordeel was.

De Accountantskamer volgt die redenering niet. Volgens de tuchtrechter was het rapport geen controleverklaring en geen goedkeurend accountantsrapport, maar een rapport van een partijdeskundige voor gebruik in een gerechtelijke procedure. De opdracht was beperkt tot het vergelijken van berekeningen, het analyseren van verschillen tussen de standpunten van partijen en het controleren van rekenkundige onderdelen.

Ook het verwijt over hoor en wederhoor houdt geen stand. Volgens de Accountantskamer was geen sprake van een persoonsgericht onderzoek naar Curiel of Reynhoff. De accountant werkte bovendien met processtukken waarin de standpunten van beide partijen al waren opgenomen.

Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao nam het rapport in december 2024 als uitgangspunt voor de afrekening tussen partijen. Curiel en Reynhoff kregen de kans om inhoudelijk op het rapport te reageren, eventueel met een eigen deskundige, maar zagen daarvan af. In augustus 2025 wees het Gerecht hun vorderingen mede op basis van het rapport af. Tegen dat vonnis is hoger beroep ingesteld.

De tuchtuitspraak betekent niet dat de Accountantskamer het financiële geschil tussen Curiel en ENNIA inhoudelijk opnieuw heeft beoordeeld. De kamer keek alleen naar het handelen van de accountant. Die krijgt geen maatregel opgelegd.


235 keer gelezen

Deel dit artikel: